Wij mensen kunnen ons soms afvragen hoe rechtvaardig God wel is als Hij Christenen met problemen maar zo laat doorleven. Bekijk de video hieronder om daar je denken over te vormen.
Van mijn kant zou ik eraan willen toevoegen dat we Gods rechtvaardigheid bijvoorbeeld zien in hoe Hij de Egyptische heidenen behandelde ten opzichte van de Israëlieten (Zie ook).
Hij had van de Egyptenaren hun eerstgeborenen geëist in ruil voor Israëls bevrijding uit slavernij.
En rechtvaardig als Hij is, kon Hij de Israëlieten niet anders behandelen, en dus vroeg Hij van hun ook de eerstgeborenen.
Hij was dus absoluut rechtvaardig tegenover beiden: van beiden vroeg Hij de eerstgeborenen, alleen dat Israël hun eerstgeborenen wel mochten vrijkopen door een dier te offeren (Zie Exodus 13:13, 15).
Dat de Egyptenaren dat niet mochten, hadden ze aan hun koppige Farao te danken.
We zien Gods rechtvaardigheid ook aan Psalm 97:2,
“Wolken en donkerheid zijn rondom Hem, gerechtigheid en recht zijn het fundament van Zijn troon.”
Want deze tekst zegt ons eigenlijk dat als Hij ook maar íets onrechtvaardigs zou doen, dat dan Zijn troon niet meer vast zou staan en Hij dus niet meer God zou zijn, wat natuurlijk nooit kan.
Er is trouwens in de Psalmen nóg een referentie hiernaar. In Psalm 89:15: staat:
“Gerechtigheid en recht zijn het fundament van Uw troon, goedertierenheid en trouw gaan voor Uw aangezicht uit.”
Wonderlijk toch, dat God gerechtigheid en recht combineert met goedertierenheid en trouw? Hoe Hij die twee eigenschappen met elkaar combineert, is ons niet gauw duidelijk.
Dat (volgens Psalm 97:2) wolken Hem voortdurend omringen, ligt volgens mij aan de machten der duisternis, die altijd proberen Hem te dwarsbomen en tegen te zitten in alles wat Hij voor ons wil doen; wel belangrijk om je te realiseren als je de keuze hebt om gehoorzaam te zijn of niet!
Dat laatste maakt ook Psalm 50:3, “Onze God komt en zal niet zwijgen; voor Zijn aangezicht verteert een vuur, rondom Hem stormt het geweldig.”
Waarom stormt het rondom Hem geweldig? Eenvoudig: de machten der duisternis werken Hem altijd tegen, of proberen dat toch. Die geweldige storm werd door dezelfde machten bewerkt toen God Elia opzocht nadat hij in een spelonk was weggekropen in de hoop daar te sterven (1 Koningen 19:9). Toen werd hij ook eerst geconfronteerd met een geweldig sterke wind, toen met een aardbeving en toen een vuur (1 Koningen 19:11-12). In geen van die alle was God aanwezig. Maar het zachte suizen van een avondkoelte kondigde Gods Tegenwoordigheid aan. (Denk aan de avondkoelte waarin God Adam en Eva ontmoet had; Genesis 3:8.)
Onze God is onveranderlijk groot èn trouw jegens ons!



